Juncker was het verzetten van de klok zat. Nu mogen we kiezen wat we willen. De zomertijd is één van de opties. In deze blog vertel ik wat zomertijd inhoudt en wat de voor- en nadelen zijn.
Wat is zomertijd?
De zomertijd is natuurlijk eigenlijk iets wat alleen bestaat omdat we de klok verzetten. Daardoor heb je een zomer- en een wintertijd. Maar goed voor de helderheid blijven we maar even over zomertijd praten. Zomertijd is de tijd die we op dit moment in de zomer hebben en dat is 2 uur later dan de wereldwijde standaardtijd UTC (zeg maar 2 uur later dan de tijd van Greenwich – in de winter).

Hoeveelheid en verdeling licht
Zomertijd, wintertijd, … het is feitelijk niet meer dan een afspraak wanneer (op welk deel van de dag) het 12 uur is, en 1 uur en 2 uur etc. Het verschil tussen permanente zomertijd, permanente wintertijd en Daylight Saving Time is de hoeveelheid natuurlijk licht die je als mens mag beleven en de verdeling van dat licht over de dag. Zomertijd is wat betreft de natuurlijke hoeveelheid licht die een normaal mens meemaakt, heel gunstig t.o.v. een permanente wintertijd. In vergelijking met een permanente wintertijd krijgt Jan Klok (het imaginaire mannetje dat ik als voorbeeld gebruik) 190 extra uren licht per jaar. Dat is niet niks. Dat is gemiddeld bijna elke dag een half uur! De verdeling van licht is natuurlijk wel anders. Bij een permanente zomertijd wordt het (t.o.v. een permanente wintertijd) ‘s ochtends een uur later licht, maar blijft het ‘s avonds een uur langer licht.

Wat zijn de voordelen?
Een permanente zomertijd heeft t.o.v. een permanente wintertijd vrij veel voordelen. Die hebben te maken met het feit dat een normaal mens veel meer natuurlijk licht kan beleven. Dat licht kun je gebruiken voor allerlei leuke en zinnige dingen als sporten en barbecueën. Meer natuurlijk licht is bovendien goed voor de gezondheid. En door meer natuurlijk licht bespaar je energie en is er dus minder CO2-uitstoot en ook minder uitstoot van bijv. NOx etc.

En de nadelen?
Een permanente zomertijd heeft t.o.v. een permanente zomertijd als nadeel dat het een uur later licht wordt. Dat voordeel is voor de gemiddelde mens alleen echt merkbaar in de winter. Dit heeft consequenties voor mensen die naar hun werk moeten. Zo moet Jan Klok in een jaar ‘s ochtends 23 uur meer (‘s ochtends) in het donker fietsen. Daar tegenover staat dat hij ‘s avonds 28 uur minder hoeft te reizen in het donker. Dus eigenlijk is dit nadeel voor Jan meer een voordeel. Ten opzichte van Daylight Saving Time (DST / het verzetten van de klok) is het belangrijkste voordeel dat de klok niet meer hoeft te worden verzet. Pfff.
Conclusies
Een permanente zomertijd is misschien zo gek nog niet. Veel natuurlijk licht (zelf nog meer dan in het geval van DST) en je hoeft de klok niet eens meer te verzetten. Dat scheelt en hoop gesjouw.