Blog

Energieverbruik, CO2 Stikstof

Keuzes voor de zomertijd of DST zal leiden tot een lagere energiebehoefte en minder uitstoot van CO2 en stikstofoxiden. De superzomertijd doet daar nog een stapje bovenop.

Minder energieverbruik, en minder CO2 en stikstof-uitstoot

De keuze voor wintertijd of zomertijd of DST of zelfs superzomerijd heeft natuurlijk alles te maken met de voordelen van meer licht en/of een andere verdeling van het licht over de tijd. Een van die voordelen is dat er bij sommige keuzes minder energie nodig is Nederland te laten draaien. En als er minder energie nodig is, zal er ook minder uitstoot zijn van CO2 en stikstofverbindignen. Drie (of meer) vliegen dus met 1 klap.

Oliecrisis

Het (huidige) regeling om de klok in maart vooruit te zetten en in oktober achteruit, is ingesteld in 1977. Dat was midden in de oliecrisis. Nederland kreeg veel minder olie uit het midden-oosten en moest besparen op het energieverbruik. Het idee was dat als je leeft in het licht je geen lampen hoeft aan te doen. En als er geen lampen hoeven te branden, bespaar je dus energie. Daarnaast warmt de zon op en dus is er ook wat minder energie nodig voor verwarming.

Hoeveel energie bespaar je dan?

Essent geeft aan dat het extra energieverbruik in geval van wintertijd 0,5% hoger ligt. Zelf geven ze aan dat verwaarloosbar is. Tja… 0,5% klinkt niet heel veel. Maar is dat ook zo? Hier moet ik nog even induiken. Percentages zeggen niet zoveel. Het gaat om absolute getallen. Hoeveel kilowatuur energie besparen we.

CO2 en stikstof

En hoeveelheid energie is niet het enige. Opwekken van energie zorgt ook voor uitstoot van CO2 en stikstofverbindingen (vooral stikstofoxiden). Daar hebben we er al veel teveel van. Dus dat is mooi meegenomen als we op de uitstoot daarvan wat kunnen besparen.

De hoeveelheid CO2 / stikstof

De hoeveelheid CO2 / stikstof die op wordt uitgestoten, hangt natuurlijk nauw samen met de manier waarop energie wordt opgewekt. Zodra ik heb uitgezocht hoeveel kilowattuur uur je kunt besparen met DST / permanente zomertijd, kan ik ook wat zeggen over de hoeveelheid CO2 en stikstofoxiden die je minder uitstoot.

Is minder energieverbruik zinvol?

Mijn persoonlijke mening is dat in deze tijden dat elke molecuul CO2 en elke molecuul stikstofoxide teveel lijkt voor het milieu, het toch wat gek is om te kiezen voor bijv. een permanente wintertijd waarin het milieu zwaarder wordt belast dan bij DST.

De superzomertijd

Tot nu toe gaat het bij het afschaffen van de DST over de zomertijd en de wintertijd. Een extra optie die nooit genoemd wordt, maar zeker het bekijken waard is, is de superzomertijd! In deze blog vertel ik wat dat is en wat de voor- en nadelen zijn. 

Wat is de superzomertijd?

De zomertijd is een uur later dan de wintertijd (we zettend de klok een uur vooruit). Dat lijkt een hele stap, maar we kunnen de klok best nog verder vooruit zetten. Bijvoorbeeld 2 uur. Dat noem ik dan maar even gemakshalve de superzomertijd. Meer technisch uitgelegd: bij de superzomertijd is het 3 uur later dan de wereldstandaardtijd UTC (UTC+3).

De superzomertijd betekent nog meer extra uren zon.

Hoeveelheid en verdeling licht

Zomertijd, wintertijd, … het is feitelijk niet meer dan een afspraak wanneer (op welk deel van de dag) het 12 uur is, en 1 uur en 2 uur etc. Het verschil tussen permanente zomertijd, permanente wintertijd, Daylight Saving Time en nu dus de sperzomertijd is de hoeveelheid natuurlijk licht die je als mens mag beleven en de verdeling van dat licht over de dag. De superzomertijd is wat betreft de natuurlijke hoeveelheid licht die een normaal mens meemaakt, zelfs nog gunstiger dan een permanente zomertijd! In vergelijking met een permanente wintertijd krijgt Jan Klok (het imaginaire mannetje dat ik in mijn blogs gebruik als voorbeeld) maar liefst 148 uur extra uren licht per jaar dan in het geval van permanente zomertijd en …… (tromgeroffel) maar liefst 339 extra uren licht t.o.v. permanente wintertijd. Dat is echt enorm. Dat is bijna elke dag een heel uur meer licht! De verdeling van het licht is natuurlijk wel anders. Bij een superzomertijd wordt het (t.o.v. een permanente wintertijd) ‘s ochtends twee uur later licht, maar blijft het ‘s avonds twee uur langer licht.

Hoeveel extra licht per jaar die Jan Klok mag beleven t.o.v. de wintertijd en het aantal uren per jaar dat hij in het donker moet fietsen bij de verschillende tijdopties. WT = wintertijd, ZT = zomertijd, DST = Daylight Saving Time (klokverzetten) en SZT = superzomertijd.

Wat zijn de voordelen?

De voordelen die gelden voor een permanente zomertijd gelden ook voor een superzomertijd. Die hebben vooral te maken met het feit dat een normaal mens veel meer natuurlijk licht kan beleven. Dat licht kun je gebruiken voor allerlei leuke en zinnige dingen als sporten en barbecueën. Meer natuurlijk licht is bovendien goed voor de gezondheid. Door meer licht bespaar je energie en is er dus minder CO2-uitstoot en ook minder uitstoot van bijv. NOx etc. En omdat je bij de superzomertijd heel veel extra licht krijgt, zijn de voordelen natuurlijk ook groter dan bij een ‘gewone’ zomertijd.

Voor- en nadelen van de wintertijd (WT), zomertijd (ZT), Dayligth Saving Time (DST) en de superzomertijd (SZT) voor Jan Klok.

En De nadelen?

Elk voordeel heb z’n nadeel. Met de superzomertijd krijg je veel meer licht. Maar een nadeel is dat de verdeling van het licht misschien wat minder gunstig is. Dat gaat vooral om ochtend. In de winter blijft het langer donker. In vergelijking met de permanente wintertijd en DST wordt het pas twee uur later licht. Voor Jan Klok betekent dat dan dat hij van 10 september tot en met 6 april geheel of deels in het donker fietst. Bij een permanente wintertijd is dat van tot 19 november tot en met 9 februari. Aan de andere kant hoeft hij ‘s avonds nooit in het donker naar huis. In totaal fietst hij daardoor bij de superzomertijd ´slechts´ 15 uur extra in het donker in vergelijking met een permanente wintertijd. Dus overall gezien valt wel weer mee.

als je daarmee zit…

Maar als je daarmee zit, is misschien een DST in combinatie met een superzomertijd een mooi alternatief :).

Conclusies

De superzomertijd lijkt echt een geweldig alternatief met enorme voordelen. Het enige nadeel is dat we wel lang met donker zitten in de ochtend. Dat is natuurlijk wel een puntje.

Een half uur

19 oktober 2019 kwam Weeronline met het idee om in plaats van zomertijd of wintertijd (het verzetten van de klok is blijkbaar geen optie meer?) een soort halve zomertijd in te voeren. Is dat een goed idee?

Een nieuwe optie

Zoals inmiddels wel bekend zal zijn, is het de bedoeling om het verzetten van de klok uit te bannen en over te gaan op een vaste tijd. Dat moet dan de zomer- of wintertijd gaan worden. Weeronline heeft nu een zogenaamde poldertijd bedacht en dat is een soort halve zomertijd, ofwel de klok wordt vast een half uur naar voren verplaatst. Leuk verzonnen en typisch Nederlands zo’n compromis. Maar hebben we wat aan dit idee?

Haalbaarheid

De eerste vraag die je kan stellen, is of het haalbaar is. Het antwoord daarop is natuurlijk nee. In de hele wereld wordt gewerkt met tijdzones en het is logisch daarbij aan te sluiten. Die tijdzones zijn allemaal in ‘hele uren’. Dat maakt het rekenen makkelijk. Als je een andere tijdzone ingaat, kun je ook makkelijk bepalen hoe laat het in die nieuwe tijdzone zal zijn. Niemand wordt er blij van als er één tijdzone is die opeens een half uur (of anderhalf uur) verschilt van de tijdzone ernaast. Dus nee, dit plan is niet echt realistisch.

Schieten we er wat mee op?

Maar als we er toch even vanuit gaan dat het wel haalbaar is. Hebben we dan wat aan het plan. Het uitgangspunt van Weeronline is sympathiek: meer licht is beter voor van alles en nog wat: ons geluk, de verkeersveiligheid, de hoeveelheid CO2 en stikstofverbindingen die de lucht in blazen etc. De vraag is dus krijgen we meer (nuttig) licht door Weeronline? Ook deze optie heb ik daarom in ons rekenmodel gestopt om te kijken wat het doet voor onze een modale burger die we maar even Jan Klok hebben genoemd.

Jan Klok

Nog even in het kort: Jan staat doordeweeks om zeven uur op, begint half negen op zijn werk, werkt tot vijf uur, en hij gaat netjes om elf uur naar bed. Hij slaapt in het weekend uit tot half negen, vindt het prettig dat er licht is als hij wakker is. Jan gaat in de zomer vier weken met vakantie en rond de kerst ook nog een weekje.

111 uur

Jan houdt dus van licht. Lekker ‘s avonds nog wat buiten wandelen of hardlopen en zo nu een dan wat barbecueën. In de optie van Weeronline krijgt Jan Klok per jaar ongeveer 110 uur meer licht dan in het geval van permanente wintertijd. Dat is fijn, hoor ik je denken. Maar als we de Weeronline-optie vergelijken met een permanente zomertijd gaat Jan er 113 uur op achteruit. Jan moet het dan dus met 113 uur (113 uur!!!) minder licht doen.  En ook in vergelijking met een situatie waarin we de klok verzetten, gaat Jan er fors op achteruit (87 uur).

Gestolen licht

113 uur! Is dat veel? Ja dat is heel veel. In 113 uur kan ik maar liefst 452 keer naar mijn werk en terug fietsen. Ik woon natuurlijk niet zo ver van mijn werk als Jan Klok. Maar zelfs Jan Klok die 30 minuten van zijn werk woont, kan in die tijd 113 keer naar zijn werk en ook weer terug. Omdat hij in vakanties en weekenden niet naar zijn werk hoeft, is 113 uur bijna de complete reistijd van Jan in een half jaar. En 113 uur extra donkerte geconcentreerd in de winterperiode betekent gewoon 2 weken volledige duisternis!

Meer verstand van  het weer

De gedachte achter het idee van Weeronline is uiterst sympathiek. Meer licht, meer veiligheid, meer geluk. Maar het idee is meer zoiets als een half ei, lege dop. Zo van beter iets dan niets. Ikzelf zou zeggen, neem gewoon het hele ei. Kies voor permanente zomertijd of verzet de klok twee keer per jaar en je hebt van alles twee keer zoveel. Gelukkig hebben ze bij Weeronline meer verstand van het weer.

FEEST

Eindelijk… het is weer zover: Het laatste weekend van maart – het begin van de zomertijd – het begin van de lente. Een geweldig mooie feestdag.

We gaan de klok verzetten

.De zomertijd kennen we al wat langer, maar vanaf 2002 geldt in de Europese Unie de regel dat we de klok één uur vooruit zetten op de laatste zondag van maart. Door bepaalde mensen wordt dit moment geframed als iets afschuwelijks. Mensen snappen niet hoe je een klok een uurtje vooruit zet en raken er compleet door van slag. En het is gelukt, dat framen. Iedereen gaat erin mee. En Juncker vindt het daarom een geweldig idee om maar eens te stoppen met die onzin. Dat framen slaat nergens op. Het is tijd om ook eens een ander geluid te laten horen.

Lente is fijn.

aarde en zon

De aarde draait rond de zon. Dat doet hij in 365 (en een beetje) dagen. Omdat de aarde een beetje scheef staat (de as van de aarde staat niet helemaal recht op de baan om de zon – ongeveer 66 graden). Gevolg is dat in de loop van het jaar de hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken variëren en dat ook de lengte van de dag ten opzichte van de nacht verandert. Lekker technisch, maar samengevat: in Nederland hebben we seizoenen (winter,lente, zomer en herfst).

In de winter krijgt Nederland per dag relatief weinig zonlicht en bovendien onder een vrij scherpe hoek. In de zomer is dat andersom.

De lente

In de winter is het donker en koud. We zitten binnen en worden depressief. En dan wordt het weer lente. De koude en donkerte wordt achter ons gelaten. Het wordt weer licht en warm.

Het begin van de lente

Er zijn mensen die beweren dat de lente begint op 20 (of 21) maart. Dat is zo omdat dan de zon precies ‘boven de evenaar staat’. Dat betekent dat die datum de nacht even lang duurt als de nacht. Die datum is, afgaande op de naam, waarschijnlijk bedacht door astronomen. Er zijn ook mensen die vinden dat de lente op 1 maart begint. Dat zijn de meteorologen. Die gebruiken die datum omdat ze dan wat makkelijker klimatologische gemiddelden kunnen berekenen of zo. Niemand doet er verder wat mee, met dat begin van de lente. Het is een mededeling op het nieuws, maar zeker geen een bruisend begin.

Een merel.

een feestdag

Nee, sinds we de klok verzetten, begint de lente uiteraard op De laatste zondag van de maand maart… Die laatste zondag van maart zetten we de klok vooruit. Een duidelijker grens tussen twee jaargetijden is er niet. Lente betekent meer licht en die mooie zondag in maart is er, na de donkere winterdagen, plots ‘s avonds zomaar één uur extra licht. Vanaf de laatste zondag in maart kun je aan het eind van de dag weer echt op pad, naar buiten. Heerlijk na het eten nog even een wandelingetje maken. Luisteren naar de merels die het licht bezingen. Genieten van het ontluikende groen. De al bijna zwoele wind voelen op je huid. En de geuren van de wereld beleven zoals dat alleen in de lente kan. Een lente die begon gewoon eind maart. De laatste zondag van maart is een feestdag.

Het begin van de lente is een feest.

De vraag is nu

De vraag die ons bezig houdt, zou niet moeten zijn: moeten we verder met de zomertijd of wintertijd. Nee de vragen zou moeten zijn: hoe gaan we die de laatste zondag vieren. En hoe gaan we de laatste zondag van oktober vieren. Het begin van twee nieuwe feestdagen en twee nieuwe tradities.

Bijna 200 uur

Een keuze voor zomer- of wintertijd bepaalt hoeveel licht wij mogen beleven en op welk moment van de dag we dat mogen doen.

Licht of Donker

De zon komt elke dag weer op, maar hoe laat dat is, is niet anders dan een afspraak die we met elkaar maken. Die afspraak bepaalt dus ook hoeveel licht we als mens per jaar mogen beleven. We gaan in deze blog eens kijken hoe de verschillende tijdafspraken uitpakken voor Jan Klok (onze voorbeeldburger). Nog even in het zeer kort: Jan staat doordeweeks om kwart over zeven uur op en gaat netjes om elf uur naar bed. Hij slaapt in het weekend ‘uit’ tot acht uur en gaat dan om twaalf uur naar bed.

Tijdstippen wanneer de zon opkomt en ondergaat in geval van permanente wintertijd (blauw), permanente zomertijd (oranje) of DST (Daylight Saving Time – klokverzetten) (rood).

+179 + 192 +339

Als we voor Jan klok eens uitrekenen hoeveel uren jan dingen in het licht kan doen blijkt dat hij veel minder licht heeft in geval van permanente wintertijd of in een situatie waarin de klok wordt verzet (DST). In geval van DST heeft Jan 179 uur extra licht per jaar! In geval van een permanente zomertijd is dat maar liefst 192 uur! En je kan de zomertijd nog wat extra oprekken (ik heb dat maar even de superzomertijd genoemd). In dat geval zetten we de klok ten opzichte van de wintertijd permanent 2 uur vooruit. Een keuze voor een superzomertijd betekent voor Jan maar liefst 339 uur meer licht dan in het geval van een permanente wintertijd.

Hoeveel extra licht per jaar die Jan Klok mag beleven t.o.v. de wintertijd bij de verschillende tijdopties. WT = wintertijd, ZT = zomertijd, DST = Daylight Saving Time (klokverzetten) en SZT = superzomertijd.

Gestolen licht

179 uur of 192 uur, is dat veel? Ja kan ik zeggen – dat is heel erg veel. In 179 uur kan ik maar liefst 767 keer naar mijn werk en ook weer terug fietsen. Ik woon weliswaar niet zo ver van mijn werk als Jan Klok. Maar zelfs Jan Klok, die 30 minuten van zijn werk woont, fietst in 179 uur 179 keer naar zijn werk en ook weer terug. Omdat hij in vakanties en weekenden niet naar zijn werk hoeft, is 179 uur bijna de complete reistijd van Jan in een heel jaar. En stel dat we de uren licht die van ze van ons willen stelen er in de winter af zouden gaan, dan zou het ongeveer van half december tot half januari compleet donker zijn. 179 uur betekent meer dan drie weken complete duisternis. Pfff! En dan heb ik het nog niet gehad over een zomertijd of zelfs maar een superzomertijd.

Die blog over Licht of Donker ging over specifieke activiteiten. In deze blog wil ik eens kijken naar de consequenties voor het totaal aan licht dat iemand in een jaar mag beleven. Wij mensen zijn dagdieren. Licht is fijn om dingen in te doen. Stel je eens voor dat het de hele dag donker is. Mij lijkt dat niks. Ik ben dan ook helemaal bepaald niet jaloers Noren en Zweden in het hoge Noorden.

De enquête van Juncker

Europese Commissie-voorzitter Juncker had bedacht dat hij van het klokverzetten af wilde. En dus hield hij een enquete onder de Europeanen. Een prachtige vorm van democratie. En wat bleek: 84% van de Europeanen was het met Juncker eens.

Een enquête

In 2018 hield Juncker een enquête. Die enquête was een zogenaamde ‘Public consultation’ (een raadpleging van het gewone volk). Dat is een middel dat de Europese Commissie blijkbaar heeft om haar ideeën te toetsen. Op zich niks mis natuurlijk… dat Europa ons af en toe vraagt wat wij vinden. Het lijkt wel democratie. Deze keer wilde Europa/Juncker twee dingen van ons weten:
– Allereerst: hoe sta je tegenover het verzetten van de klok?
– Ten tweede: wil je het verzetten van de klok afschaffen of houden

Het resultaat van de enquête: In Europa (EU-28) wil 84% van het verzetten van de klok af. In Nederland is dat 79%.

84%

In het kort het resultaat: het gros van de mensen die de enquête hadden ingevuld, was negatief tot zeer negatief over het verzetten van de klok. En gros staat hier voor ongeveer 76%. Het aantal mensen dat blij tot heel blij was met het verzetten van de klok was slechts 18% van de stemmers. En maar liefst 84% wilde het verzetten van de klok afschaffen. Klik hier voor het EU-onderzoek.

Helaas was de ‘steekproef’ niet erg representatief

Als je een beetje betrouwbare resultaten wilt krijgen, moet je zorgen dat je de enquête houdt onder een representatieve groep mensen. Je moet dus vragen stellen aan een groep personen waarvan je weet dat wat zij zeggen, hetzelfde is als wat alle Europeanen vinden. Dat is een kunst op zich. En in Europa was er blijkbaar geen artiest die dat voor elkaar kreeg. De enquête is ingevuld door 4,6 miljoen mensen. Dat is best veel. Maar toch maar 1% van alle Europeanen. En van die 4,6  miljoen mensen kwamen er maar liefst 3,1 miljoen uit Duitsland. Slechts 27.000 Nederlanders hebben de enquête ingevuld. En de mensen die de enquête invulden, waren mensen die daar zin in hadden. Onderzoekers weten dat dat betekent dat vooral mensen de enquête hebben ingevuld die iets wilden veranderen, ofwel mensen die het klokverzetten niks vinden.

En de kwaliteit van de enquête was bagger

De kwaliteit van de enquête is bovendien bagger. En dat komt vooral omdat er wordt gevraagd of je voor- of tegen iets bent, terwijl je niet weet wat de consequentie is van die keuze. Zo zullen er heel veel mensen zijn geweest die het verzetten van de klok niet zo leuk vinden, maar wel graag in de zomer lange dagen hebben. Zij zullen sip opkijken als blijkt dat ze de rest van hun leven in de wintertijd moeten doorbrengen.

Wat leert de enquête ons dan?

De enquête leert ons dat ze bij de EU niet veel weten over het doen van onderzoek. En het leert ons helemaal niets over wat Europeanen willen met de zomertijd. Wel jammer dan dat de resultaten van de enquête worden gebruikt om beleid op te baseren.

Kan dat dan zomaar?

Blijkbaar.

Licht of Donker

Een keuze voor zomer- of wintertijd bepaalt hoeveel licht wij mogen beleven en op welk moment van de dag we dat mogen doen.

Licht of Donker

De zon komt elke dag weer op, maar hoe laat dat is, is niet anders dan een afspraak die we met elkaar maken. Die afspraak bepaalt dus ook hoeveel licht we als mens per jaar mogen beleven. We gaan in deze blog eens kijken hoe de verschillende tijdafspraken uitpakken voor Jan Klok (onze voorbeeldburger). Nog even in het zeer kort: Jan staat doordeweeks om kwart over zeven uur op en gaat netjes om elf uur naar bed. Hij slaapt in het weekend ‘uit’ tot acht uur en gaat dan om twaalf uur naar bed.

Tijdstippen wanneer de zon opkomt en ondergaat in geval van permanente wintertijd (blauw), permanente zomertijd (oranje) of zomer/wintertijd (rood).

+179 + 192 +339

Als we voor Jan klok eens uitrekenen hoeveel uren jan dingen in het licht kan doen blijkt dat hij veel minder licht heeft in geval van permanente wintertijd of in een situatie waarin de klok wordt verzet (DST). In geval van DST heeft Jan 179 uur extra licht per jaar! In geval van een permanente zomertijd is dat maar liefst 192 uur! En je kan de zomertijd nog wat extra oprekken (ik heb dat maar even de superzomertijd genoemd). In dat geval zetten we de klok ten opzichte van de wintertijd permanent 2 uur vooruit. Een keuze voor een superzomertijd betekent voor Jan maar liefst 339 uur meer licht dan in het geval van een permanente wintertijd.

Hoeveel extra licht per jaar die Jan Klok mag beleven t.o.v. de wintertijd bij de verschillende tijdopties. WT = wintertijd, ZT = zomertijd, DST = Daylight Saving Time (klokverzetten) en SZT = superzomertijd.

Dat is niet niks

En nu kun je je afvragen: 179 uur of 192 uur, is dat veel? En dan zeg ik: Ja dat kun je echt wel zeggen – dat is namelijk heel erg veel. In 179 uur kan ikzelf maar liefst 767 keer naar mijn werk en ook weer terug fietsen. Ik woon weliswaar niet zo ver van mijn werk als Jan Klok. Maar zelfs Jan Klok, die 30 minuten van zijn werk woont, fietst in 179 uur 179 keer naar zijn werk en ook weer terug. Omdat hij in vakanties en weekenden niet naar zijn werk hoeft, is 179 uur bijna de complete reistijd van Jan in een heel jaar. En stel dat we de uren licht die ze van ze van ons willen stelen er in de winter af zouden gaan, dan zou het ongeveer van half december tot half januari compleet donker zijn. 179 uur betekent meer dan drie weken complete duisternis. Pfff! En dan heb ik het nog niet gehad over een permanente zomertijd en al helemaal niet over een superzomertijd (339 uur). Dat zijn echt heel veel uren genieten.

Donker is geen pretje.

Verdeling over de dag

Nu is de hoeveelheid licht die iemand meemaakt ook niet alles zeggend. Het is natuurlijk ook belangrijk wat de persoon wil doen met zijn leven op een bepaald moment. Het moet wel licht zijn op het moment dat jij licht wilt hebben.

Jan Klok loopt dus graag hard

Als voorbeeld wil ik het graag hebben over Jan en zijn hobby. Jan Klok wil graag hardlopen na het avondeten. Het liefst doe hij dat van acht tot negen. Dan is het fijn als op dat moment licht is. Want hardlopen in het donker is gewoon niet top. Je kan makkelijker een misstap maken. Je loopt dus minder ontspannen. Ander verkeer ziet je minder. En misschien zit er ook nog wel een monster of wrede moordenaar in een donker hoekje op je te wachten. Ja echt hoor, sommige mensen zijn een beetje bang in het donker. Maar goed… voor Jan, die drie keer per week hardloopt, betekent het dat hij in geval van permanente wintertijd 87% in het donker loopt en in geval van permanente zomertijd of Daylight Saving Time (DTS) 64-65%.

Uren dat jan in het donker moet en in het licht mag hardlopen (afhankelijk van de starttijd).

En Jan is ook flexibel

Maar stel nu dat Jan best wel een beetje flexibel is. Hij wil wel graag hardlopen na het werken, maar het maakt hem niet zo heel veel uit wanneer. Maar wel graag in het licht. Jan kan dus starten om zes uur (hij wil nog wel even uitblazen van het fietsen). In dat geval loopt Jan in geval van permanente wintertijd 48% in het donker. In geval van permanente zomertijd is dit maar 29% (en dus 71% in het licht). Dat is toch wel lekker. Voor Jan zou overigens de superzomertijd helemaal ideaal zijn. Dan is het bijna altijd licht als hij rent.

Meer licht betekent meer tijd om leuke dingen te doen.

Andere activiteiten

Uiteraard is niet alleen hardlopen belangrijk. Mensen doen van alles en nog wat. Ik heb daarom in deze blogs voor een aantal aspecten eens gekeken wat de gevolgen van een keuze voor wintertijd, zomertijd, daylight Saving time en de superzomertijd zijn. Het gaat dan bijv. om :
Hardlopen, barbecueën, naar buiten gaan
Gezondheid
Het natuurlijke bioritme
Energieverbruik, klimaat en milieu
Risico’s in het verkeer
– Financiën