Daylight Saving Time

Vanaf 1977 verzetten we in Nederland de klok. Twee keer per jaar. In maart een uur vooruit. In oktober een uur achteruit. In het Engels heet dit Daylight Saving Time (DST). In deze blog vertel ik wat DST inhoudt en wat de voor- en nadelen zijn.

Wat is Daylight Saving Time?

In Nederland zitten we in een tijdzone die 1 uur voorloopt op de wereldwijde standaardtijd UTC (zeg maar de tijd van Greenwich). De tijd die wij hanteren is dus UTC+1. Die tijd wordt ook wel de Midden-Europese Tijd genoemd. Tijdens de oliecrisis leek het handig om in de zomer (eigenlijk eind maart) de klok een uurtje vooruit te zetten. Dan bespaar(de) je licht en dus ook olie. De klok werd dan eind oktober weer teruggedraaid. Vanaf dat moment hadden we een zomertijd en een wintertijd. De wintertijd is dan de oorspronkelijke tijd ofwel UTC+1. De zomertijd is UTC+2. Ofwel hier in Nederland is het dan 2 uur later dan het in Greenwich is (in de winter – want die Engelsen verzetten ook de klok).

Dirkjan en Bert verzetten de klok.

hoeveelheid en verdeling licht

Zomertijd, wintertijd, … het is feitelijk niet meer dan een afspraak wanneer (op welk deel van de dag) het 12 uur is, en 1 uur en 2 uur etc. Het verschil tussen permanente zomertijd, permanente wintertijd en Daylight Saving Time is de hoeveelheid natuurlijk licht die je als mens mag beleven en de verdeling van dat licht over de dag. Daylight Saving Time levert Jan Klok (het imaginaire mannetje dat ik gebruik als voorbeeld) per jaar ongeveer 180 uur extra natuurlijk licht op t.o.v. de permanente wintertijd. Dat is niet niks. Dat is gemiddeld bijna elke dag een half uur meer licht! Door met de klok te verschuiven wordt de reistijd in het donker wel wat langer voor Jan Klok. Maar doordat de tijd op het ‘juiste’ moment wordt geschoven, vallen de gevolgen erg mee. In totaal gaat het om 2 uur extra per jaar.

Hoeveel extra licht per jaar die Jan Klok mag beleven t.o.v. de wintertijd en het aantal uren per jaar dat hij in het donker moet fietsen bij de verschillende tijdopties. WT = wintertijd, ZT = zomertijd, DST = Daylight Saving Time (klokverzetten) en SZT = superzomertijd.

Voordelen van DST

DST heeft (t.o.v. een permanente wintertijd) een groot aantal voordelen. Met DST krijg je veel meer natuurlijk licht per jaar. Dat licht kun je gebruiken voor allerlei leuke en zinnige dingen als sporten en barbecueën. Meer licht is goed voor de gezondheid. En door DST doe je aan energiebesparing en is er dus minder CO2-uitstoot en ook minder uitstoot van bijv. NOx.

Voor- en nadelen van de wintertijd (WT), zomertijd (ZT), Dayligth Saving Time (DST) en de superzomertijd (SZT) voor Jan Klok.

Nadelen van DST

De enige argumenten om met het verzetten van de klok te stoppen, zijn dat mensen het verzetten van de klok zo lastig vinden en ze erdoor van slag raken. Ikzelf vind het eerste argument een beetje onzin. Het verzetten van de klok stelt natuurlijk helemaal niets voor. Gewoon even een uurtje vooruit of een uurtje achteruit. Het wordt ook overal en vaak uitgelegd. Bovendien zijn mensen er nu redelijk aan gewend. En tegenwoordig worden de meeste klokken automatisch bijgesteld. Het tweede argument is wat meer steekhoudend. Je moet er wel een klein beetje aan wennen, dat uur vooruit of dat uur achteruit. Hoewel er bij dit argument tal van kanttekeningen te plaatsen zijn (wat ik dan ook heel graag doe in de blog over het verzetten van de tijd).

Conclusies

De voordelen van een permanente zomertijd zijn voor een gemiddelde Nederlander net iets groter. DST is vooral een beter alternatief als je niet tegen donkere ochtenden kan. In dat geval is het verzetten van de klok een heel mooi alternatief. Gewoon de voordelen van de winter- en de zomertijd gecombineerd.

De superzomertijd

Tot nu toe gaat het bij het afschaffen van de DST over de zomertijd en de wintertijd. Een extra optie die nooit genoemd wordt, maar zeker het bekijken waard is, is de superzomertijd! In deze blog vertel ik wat dat is en wat de voor- en nadelen zijn. 

Wat is de superzomertijd?

De zomertijd is een uur later dan de wintertijd (we zettend de klok een uur vooruit). Dat lijkt een hele stap, maar we kunnen de klok best nog verder vooruit zetten. Bijvoorbeeld 2 uur. Dat noem ik dan maar even gemakshalve de superzomertijd. Meer technisch uitgelegd: bij de superzomertijd is het 3 uur later dan de wereldstandaardtijd UTC (UTC+3).

De superzomertijd betekent nog meer extra uren zon.

Hoeveelheid en verdeling licht

Zomertijd, wintertijd, … het is feitelijk niet meer dan een afspraak wanneer (op welk deel van de dag) het 12 uur is, en 1 uur en 2 uur etc. Het verschil tussen permanente zomertijd, permanente wintertijd, Daylight Saving Time en nu dus de sperzomertijd is de hoeveelheid natuurlijk licht die je als mens mag beleven en de verdeling van dat licht over de dag. De superzomertijd is wat betreft de natuurlijke hoeveelheid licht die een normaal mens meemaakt, zelfs nog gunstiger dan een permanente zomertijd! In vergelijking met een permanente wintertijd krijgt Jan Klok (het imaginaire mannetje dat ik in mijn blogs gebruik als voorbeeld) maar liefst 148 uur extra uren licht per jaar dan in het geval van permanente zomertijd en …… (tromgeroffel) maar liefst 339 extra uren licht t.o.v. permanente wintertijd. Dat is echt enorm. Dat is bijna elke dag een heel uur meer licht! De verdeling van het licht is natuurlijk wel anders. Bij een superzomertijd wordt het (t.o.v. een permanente wintertijd) ‘s ochtends twee uur later licht, maar blijft het ‘s avonds twee uur langer licht.

Hoeveel extra licht per jaar die Jan Klok mag beleven t.o.v. de wintertijd en het aantal uren per jaar dat hij in het donker moet fietsen bij de verschillende tijdopties. WT = wintertijd, ZT = zomertijd, DST = Daylight Saving Time (klokverzetten) en SZT = superzomertijd.

Wat zijn de voordelen?

De voordelen die gelden voor een permanente zomertijd gelden ook voor een superzomertijd. Die hebben vooral te maken met het feit dat een normaal mens veel meer natuurlijk licht kan beleven. Dat licht kun je gebruiken voor allerlei leuke en zinnige dingen als sporten en barbecueën. Meer natuurlijk licht is bovendien goed voor de gezondheid. Door meer licht bespaar je energie en is er dus minder CO2-uitstoot en ook minder uitstoot van bijv. NOx etc. En omdat je bij de superzomertijd heel veel extra licht krijgt, zijn de voordelen natuurlijk ook groter dan bij een ‘gewone’ zomertijd.

Voor- en nadelen van de wintertijd (WT), zomertijd (ZT), Dayligth Saving Time (DST) en de superzomertijd (SZT) voor Jan Klok.

En De nadelen?

Elk voordeel heb z’n nadeel. Met de superzomertijd krijg je veel meer licht. Maar een nadeel is dat de verdeling van het licht misschien wat minder gunstig is. Dat gaat vooral om ochtend. In de winter blijft het langer donker. In vergelijking met de permanente wintertijd en DST wordt het pas twee uur later licht. Voor Jan Klok betekent dat dan dat hij van 10 september tot en met 6 april geheel of deels in het donker fietst. Bij een permanente wintertijd is dat van tot 19 november tot en met 9 februari. Aan de andere kant hoeft hij ‘s avonds nooit in het donker naar huis. In totaal fietst hij daardoor bij de superzomertijd ´slechts´ 15 uur extra in het donker in vergelijking met een permanente wintertijd. Dus overall gezien valt wel weer mee.

als je daarmee zit…

Maar als je daarmee zit, is misschien een DST in combinatie met een superzomertijd een mooi alternatief :).

Conclusies

De superzomertijd lijkt echt een geweldig alternatief met enorme voordelen. Het enige nadeel is dat we wel lang met donker zitten in de ochtend. Dat is natuurlijk wel een puntje.